Basis

Elektromechanica 1

Dagopleidingen :  DIEPENBEEK
Avondopleidingen : MAASMECHELEN

 Toegepaste wiskunde 1

Wiskunde staat in de opleiding ten dienste van de technische toepassingen. Door het maken van voldoen de oefeningen en de theorie tot een minimum te beperken, wordt de nadruk gelegd op de praktische kant van de wiskunde, die als basis dient voor de andere vakken.

Gezien de grote verscheidenheid van de voorkennis wiskunde, is het noodzakelijk de cursus aan te vangen met de elementaire begrippen (functies). Een eerste vereiste is immers om een grondige kennis van basisbegrippen, grafische voorstellingen en fundamentele berekeningswijzen goed te beheersen. Deze module richt zich daarom volledig op het aanleren en inoefenen van de elementaire wiskundige bagage. Anderzijds leer je abstract redeneren. Je leert een opgave analyseren en bepalen welke wiskundige oplossing nodig is.

Je kan rekenkundige bewerkingen uitvoeren; je kan algebraïsch rekenen; je kan machten en wortelvormen correct uitvoeren; je kan eerste- en tweedegraadsvergelijkingen en ongelijkheden opstellen, interpreteren en oplossen; je weet in welke context complexe getallen toegepast worden en je kan elementaire bewerkingen met complexe getallen uitvoeren; je kan lineaire stelsels oplossen met de substitutiemethode, de combinatiemethode, de gelijkstellingsmethode, de grafische methode en met behulp van matrices.

 Toegepaste wiskunde 2

Je leert een opgave analysen en je kan bepalen welke wiskundige techniek nodig is om een technisch probleem uit te werken. Je leert berekeningen uitvoeren en inzicht ontwikkelen in het doel en het resultaat van hun berekening.

Je kan een probleem meetkundig analyseren; je kan eenvoudige begrippen meetkundig voorstellen (pool-coördinaten en cilindrische coördinaten); je kan reële functies analyseren + grafisch voorstellen; je kan logaritmische en exponentiële functies analyseren; je kan gebruik maken van limieten en afgeleiden berekenen; je kan het onderscheid maken tussen bepaalde en onbepaalde integralen en kan integralen aan-wenden om technische problemen op te lossen.

 Basis Elektriciteit

Als voorbereiding op de studie van de elektrische machines, komen elektromagnetisme en elektrostatica aan bod. Je verwerkt eerst het gelijkstroomgedeelte als voorbereiding op de wisselstroomtheorie. Je leert logisch redeneren en structureren, probleemoplossend denken en de principes van de elektriciteit correct toepassen.

Na het volgen van deze module ken je de basiswetten van de elektriciteit, kan je de basisgrootheden opnoemen, het begrip weerstand en de gelijknamige component in de verschillende schakelingen gebruiken.

Je kan afgeleide eenheden benoemen en omschrijven (arbeid, vermogen en rendement), het verschijnsel magnetisme beschrijven en verklaren. Je kan het begrip elektromagnetische inductie uitleggen, de af-zonderlijke delen van een gelijkstroomkring kwalitatief en kwantitatief analyseren, een gelijkstroomkring theoretisch en numeriek oplossen.

Ook kan je de basisbegrippen van wisselstroom omschrijven, wiskundig bepalen en analyseren. Je begrijpt de basisregels van driefasige systemen en kan hierin berekeningen maken.

 Labo Elektriciteit/Elektronica

In het labo worden aan de hand van een aantal opdrachten de theoretische wetmatigheden, behandeld in de modules basiselektriciteit en basiselmektronica geverifieerd. Je raakt vertrouwd met de meetappara-tuur en verschillende meetmethodes.Je kan de nauwkeurigheid van een meting bepalen.

Daarnaast meet je de karakteristieken van de halfgeleidercomponenten en realiseert en optimaliseert schakelingen. Je kan schakelingen opbouwen en de werking van de schakelingen proefondervindelijk vaststellen. Je analyseert schakelingen met diodes. Informatiebronnen zoals datasheets kan je probleemloos gebruiken.

Je leert je laboproeven in een gestructureerd verslag te schrijven.

 Basis theoretische mechanica

Je maakt kennis met de statica, kinematica en de dynamica die in de techniek veelvuldig worden gebruikt. Deze kennis is noodzakelijk om zonder problemen de meeste modules van het samenhangende deel “B. Mechanica” te kunnen beginnen. Er wordt naar gestreefd om je de volgende vaardigheden bij te brengen: logisch redeneren en structureren, zin voor orde, probleemoplossend denken, oog hebben voor details, het belang inzien van het gebruik van de juiste SI – eenheden van grootheden bij het oplossen van vraag-stukken, inzicht in verschillende begrippen en grootheden die regelmatig bij mechanica gebruikt worden en verbanden leggen tussen deze begrippen en grootheden.

Je kan de logica en de opbouw van de eenheden van kracht en moment, positie, snelheid en versnelling, arbeid en vermogen toelichten. Je kan een kracht ontbinden en de resultante van samenlopende krachten grafisch en analytisch bepalen. Je kan moment van een kracht en van een koppel bepalen. Je kan niet samenlopende krachten in een vlak samenstellen en resultante en resulterend moment analytisch bepalen. Je kan de ligging van de werklijn van de resultante bepalen. Je bepaalt het zwaartepunt van een samengestelde vlakke figuur en van een eenvoudig samengesteld voorwerp. Je kan het onderscheid tussen stabiel en instabiel evenwicht toelichten. Je kent de eigenschappen van de verschillende steunpunten en de evenwichtsvoorwaarden in een vlak en in de ruimte. Je kan de reactiekrachten in de steunpunten van een lichaam, onderworpen aan een stelsel krachten, bepalen. Je kent de wrijvingswetten. Je kan de grens wrijvingskracht bepalen. Je kent het verband tussen positie, tijd, afgelegde weg, snelheid en versnelling. Je kan een éénparig rechtlijnige beweging berekenen volgens de bewegingsrichting. Je kent het verband tussen tangentiële snelheid en hoeksnelheid. Je kan een éénparig cirkelvormige beweging berekenen. Je kan omvorming hoeksnelheid en toerental berekenen. Je kan een éénparig veranderlijke rechtlijnige beweging berekenen volgens de bewegingsrichting. Je kent de begrippen i.v.m. samengestelde beweging. Je kan een éénparig rechtlijnige beweging volgens een rechte berekenen als een samengestelde beweging volgens de coördinaatassen. Je kan een schuine worp berekenen als een samengestelde beweging volgens horizontale en verticale coördinaatassen. Je kent de wetten van Newton en het evenwicht van krachten bij een veranderlijke beweging. Je bepaalt de arbeid en het vermogen van een bewegende kracht, zowel lineair als bij rotatie. Je kent het begrip mechanisch rendement van een ‘machine’ en de wet van het behoud van energie. Je kan de omvorming tussen kinetische en potentiële energie berekenen. Je kent het verband tussen hoeksnelheid, normaalversnelling en centripetale kracht. Je bepaalt de centripetale kracht op een lichaam in een gebogen baan.

 Tekenen en schema-analyse

Technische tekeningen zijn niet weg te denken in de richting elektromechanica. Je verwerft inzicht in technisch tekenen en kan hierbij gebruik maken van een CAD –programma. Bij dit vak wordt ernaar gestreefd dat je aan de hand van tekenopdrachten tekeninzicht en ruimtelijk inzicht verwerft waarbij er oog is voor details en zin voor orde.

Je kan een eenvoudige 2D-tekening maken in een universeel tekenpakket. Je kan een tekenpakket instellen voor het gemakkelijk tekenen van schema’s. Je kan bibliotheekelementen oproepen en invoegen in een tekening. Je kan bibliotheekelementen aanmaken. Je kan grafische symbolen in pneumatische, hydraulische, elektrische, processchema’s correct interpreteren; je kan bestaande schema’s wijzigen en nieuwe schema’s aanmaken. Je kan eenvoudige schema’s analyseren.