Industriële Informatica

 Labo Elektriciteit/Elektronica

In het labo raak je vertrouwd met de meetapparatuur. Verschillende meetmethodes worden aangeleerd en aan de hand van een aantal opdrachten krijg je een beter inzicht in de werking van de verschillende elektrische en elektronische componenten.

Hiertoe gebruiken we de PC-voeding als schakel tussen theorie en praktijk. Je leert werken met basisapparatuur uit de elektrometrie en de elektronica. Je kan toelichting geven omtrent de nauwkeurigheid van een meting. Je leert rekening houden met de inwendige weerstand van een meettoestel. Je kan bij metingen in een gelijkstroomkring of wisselkringstroom de theoretische wetmatigheden verifiëren. Je kan de nauwkeurigheid van een meting bepalen. Je analyseert schakelingen met diodes. Je kan de werking van de schakelingen proefondervindelijk vaststellen. Je kan schakelingen opbouwen.

Informatiebronnen zoals datasheets kan je probleemloos gebruiken.

 Basis Elektronica

In het dagelijks leven komen we in contact met continu veranderende signalen zoals het zonlicht, temperatuursveranderingen, stemvibraties en dergelijke. De analoge technologie kan deze continue signalen interpreteren en vertalen naar elektrische signalen, zodat ze begrijpbaar worden voor machines. Inzicht in de analoge elektronische componenten is dus een absolute must om machines en computers correct te laten functioneren.

Dit vak heeft in eerste instantie tot doel je vertrouwd te maken met de passieve en actieve elektronische componenten. Je bestudeert de eigenschappen en basistoepassingen van de halfgeleidercomponenten, de diode en de transistor. Je verwerft inzicht in enkele elementaire schakelingen met deze componenten.

Je kan de verschillende weerstanden bespreken en hun karakteristieken opzoeken en gebruiken in toepassingen. Je kan weerstanden indelen volgens opgegeven criteria. Je weet hoe een spoel en een condensator zijn opgebouwd. Je leert schakelingen van spoelen en condensatoren analyseren en je kan het verloop van stroom en spanning berekenen in kringen met spoel en/of condensator. Je weet de werking van de halfgeleiderdiode te verklaren en je kan de halfgeleidediode als component beschrijven. Je kan de karakteristieken van een diode opzoeken en gebruiken in toepassingen. Je kan de werking van een transistor verklaren. Je kent de kenmerken van bipolaire en unipolaire transistoren en begrijpt eenvoudige geïntegreerde schakelingen.